bevallen met homeopathie van Zemi Oldenzaal

Bevallen onder homeopatische begeleiding bevalt beter.

Homeopathie reduceert de tijd van bevallen en draagt bij bij het verminderen van complicaties. Dat is de conclusie van het hier onder beschreven onderzoek.

Bevallen met homeopathie

In 1983 is er een studie uitgevoerd (dubbelblind gerandomiseerd*) waarbij 93 vrouwen voor de bevalling homeopathische middelen voorgeschreven kregen om de bevalling te begeleiden.

Geconcludeerd werd dat de bevallingen van de vrouwen na een homeopathische behandeling minder lang duurden, en er minder complicaties optraden dan de vrouwen in de placebogroep. De middelen werden ingezet vanaf de 9 maand tot aan de bevalling.

Onderzoekgegevens

De gegevens uit het onderzoek gaven weer dat de gemiddelde bevallingstijd onder de homeopathische groep 5,1 uur was tegen de 8,5 uren die de vrouwen in de placebogroep erover deed.

Verder ondervonden 11,3% van de vrouwen in de homeopathische groep complicaties terwijl in de placebogroep 40% van de kraamvrouwen complicaties rapporteerde.

Het resultaat van het onderzoek zou verder onderzoek van het gebruik van homeopathie onder zwangere vrouwen rechtvaardigen.

Het onderzoek leest u hier (klik)

Contact voor informatie

Meer weten? Neem dan contact met mij op. Mijn contact gegevens vindt u hier (Klik)

Jeroen Weegink, klassiek homeopaat Oldenzaal

* dubbelblind gerandomiseerd onderzoek:

Een  onderzoek met proefpersonen heet dubbelblind als noch de proefpersoon, noch de onderzoeker gedurende het experiment kennis heeft over wie tot de experimentele groep behoort en wie tot de controlegroep. Daardoor wordt de invloed van verwachtingen en van handelwijzen als gevolg van deze kennis uitgesloten. De toewijzing van de proefpersonen aan de groepen dient gerandomiseerd te gebeuren

In dubbelblind onderzoek zijn de te testen behandelingen en placebo’s gecodeerd, evenals de proefpersonen. De betekenis van de codes is slechts bekend bij een persoon die niet (direct) betrokken is bij het onderzoek. Na afloop van de onderzoeksperiode worden de resultaten statistisch verwerkt. De proefpersonen worden dan meestal opgedeeld in diverse groepen, bijvoorbeeld een groep waarbij verslechtering optrad, een groep die gelijk bleef en een groep waarbij verbetering optrad. Pas nadat de resultaten allemaal geregistreerd zijn wordt de codering verbroken en wordt duidelijk wie tot de experimentele groep behoorde en wie tot de controlegroep. Dan wordt ook duidelijk of een verbetering aan de behandeling is te danken of juist niet. Het komt ook voor dat een getest middel zelfs een verslechtering veroorzaakt, hetgeen dan ook zal blijken. Het is van belang de blindering tot na het verwerken van de testresultaten vol te houden omdat ook bij deze verwerking (onbewuste) vertekening van de resultaten kan plaatsvinden als bekend is wie bij welke groep hoort.