pinda allergie en homeopathie

Pinda allergie: Immuuntherapie heeft beperkt resultaat.

Pinda allergie: Kinderen die allergisch reageren op pinda’s of pindahoudende producten, ervaren onaangename en in sommige gevallen ernstige tot levensbedreigende gevolgen. Volgens recent onderzoek kan immuuntherapie via de huid daartegen worden ingezet, om zo de gevoeligheid voor het allergeen te verminderen. De vraag blijft echter of dit wetenschappelijk vastgestelde effect ook klinisch relevant is.

Een allergische reactie na het eten van pinda’s (pinda allergie) kan leiden tot huidproblemen, angio-oedeem en luchtwegklachten. In ernstige gevallen kan een anafylactische shock optreden en is acuut ingrijpen vereist middels een adrenaline-injectie. Hooguit 1% van de kinderen in westerse landen heeft een pinda allergie, maar in naar schatting driekwart van de gevallen blijft deze in de volwassenheid aanwezig. De meest voor de hand liggende preventieve maatregel is geen pinda’s te consumeren, maar dat is in de praktijk erg lastig omdat er talloze producten met sporen van pinda’s bestaan. Daarom wordt geprobeerd het lichaam door immuuntherapie te laten wennen aan het allergeen. In dit onderzoek werden daartoe huidpleisters met pindaproteïne gebruikt.

De studie was gerandomiseerd, double-blind placebogecontroleerd en werd in 2016/2017 uitgevoerd onder 356 kinderen in de leeftijd van vier tot elf jaar uit Australië, Canada, Duitsland, Ierland en de Verenigde Staten. Gedurende twaalf maanden kregen 238 van hen een pleister met 250 mcg pindaproteïne en de 118 anderen een placebo. Uiteindelijk deden 213 respectievelijk 107 van hen tot het eind van het onderzoek mee. Om veiligheidsredenen waren kinderen uitgesloten van het onderzoek die eerder een anafylactische reactie hadden gekregen. Desondanks zou een deel van de kinderen tijdens het onderzoek – merendeels milde – (huid)reacties vertonen.

Het verschil in gunstige respons tussen de twee groepen kinderen was 21,7%, dat wil zeggen respectievelijk 35,3% (werkzame stof) tegenover 13,6% (placebo). Dat verschil was statistisch significant, maar niet zomaar te generaliseren omdat het resultaat slechter zou kunnen zijn als ook kinderen hadden deelgenomen die in het verleden ernstige reacties hadden ondervonden. Bovendien voldeden de percentageverschillen niet aan de scherpere criteria waarop de onderzoekers zich hadden vastgelegd, wilde het ook klinisch relevant zijn. In statische termen: de ondergrens voor het betrouwbaarheidsinterval werd niet gehaald.

Bron: klik