Homeopathisch nieuws.

Immuuntherapie heeft beperkt resultaat bij pinda-allergie

Kinderen die allergisch reageren op pinda’s of pindahoudende producten, ervaren onaangename en in sommige gevallen ernstige tot levensbedreigende gevolgen. Volgens recent onderzoek kan immuuntherapie via de huid daartegen worden ingezet, om zo de gevoeligheid voor het allergeen te verminderen. De vraag blijft echter of dit wetenschappelijk vastgestelde effect ook klinisch relevant is.

Een allergische reactie na het eten van pinda’s kan leiden tot huidproblemen, angio-oedeem en luchtwegklachten. In ernstige gevallen kan een anafylactische shock optreden en is acuut ingrijpen vereist middels een adrenaline-injectie. Hooguit 1% van de kinderen in westerse landen heeft een pinda-allergie, maar in naar schatting driekwart van de gevallen blijft deze in de volwassenheid aanwezig. De meest voor de hand liggende preventieve maatregel is geen pinda’s te consumeren, maar dat is in de praktijk erg lastig omdat er talloze producten met sporen van pinda’s bestaan. Daarom wordt geprobeerd het lichaam door immuuntherapie te laten wennen aan het allergeen. In dit onderzoek werden daartoe huidpleisters met pindaproteïne gebruikt.

De studie was gerandomiseerd, double-blind placebogecontroleerd en werd in 2016/2017 uitgevoerd onder 356 kinderen in de leeftijd van vier tot elf jaar uit Australië, Canada, Duitsland, Ierland en de Verenigde Staten. Gedurende twaalf maanden kregen 238 van hen een pleister met 250 mcg pindaproteïne en de 118 anderen een placebo. Uiteindelijk deden 213 respectievelijk 107 van hen tot het eind van het onderzoek mee. Om veiligheidsredenen waren kinderen uitgesloten van het onderzoek die eerder een anafylactische reactie hadden gekregen. Desondanks zou een deel van de kinderen tijdens het onderzoek – merendeels milde – (huid)reacties vertonen.

Het verschil in gunstige respons tussen de twee groepen kinderen was 21,7%, dat wil zeggen respectievelijk 35,3% (werkzame stof) tegenover 13,6% (placebo). Dat verschil was statistisch significant, maar niet zomaar te generaliseren omdat het resultaat slechter zou kunnen zijn als ook kinderen hadden deelgenomen die in het verleden ernstige reacties hadden ondervonden. Bovendien voldeden de percentageverschillen niet aan de scherpere criteria waarop de onderzoekers zich hadden vastgelegd, wilde het ook klinisch relevant zijn. In statische termen: de ondergrens voor het betrouwbaarheidsinterval werd niet gehaald.

Bron: klik

Zinksuppletie kan symptomen cystic fibrosis verlichten

Voor zink is mogelijk wel, voor vitamine D geen rol weggelegd bij de bestrijding van de symptomen van cystic fibrosis. Dat valt af te leiden uit een tweetal onderzoeken naar hun mogelijke inzetbaarheid bij deze vrij zeldzame aandoening. Cystic fibrosis is een erfelijk bepaalde ziekte, die tot op heden niet te genezen is en een gemiddelde levensverwachting kent van rond de veertig jaar.

Kenmerkend is dat slijm, dat overal in het lichaam door de slijmklieren wordt afgescheiden, taai en dik is. Het hoopt zich op en leidt tot luchtweginfecties en longbeschadiging. Ook lever, alvleesklier en darmen kunnen worden aangetast. Symptomen zijn onder meer groeiachterstand, een verlaagde immuniteit, gebrekkige eetlust en diarree. Omdat deze verschijnselen ook kunnen voortvloeien uit een tekort aan zink, wilden Spaanse onderzoekers weten of dit mineraal een rol kan spelen in de symptoombestrijding.

Hun studie was heel klein, met slechts 17 volwassenen en kinderen. Bij drie van hen werd hypozincemie vastgesteld: een lage bloedspiegel van zink. Bij vier van hen was sprake van een tekortschietende zinkinname via de voeding. In alle gevallen was er een verband met onevenwichtige groei, in breedte of hoogte. Tussen deze twee categorieën bestond echter geen overlapping: geen van de zeven had ook de andere deficiëntie. Van belang is dan dat bij voldoende zinkinname evengoed sprake kan zijn van een te lage bloedspiegel zink. In dat geval zou opgeteld 41% van de onderzoeksgroep voor suppletie in aanmerking komen.

De zin van suppletie is tevens bestudeerd ten aanzien van vitamine D en wel in een double-blind placebogecontroleerd onderzoek onder 91 patiënten. Een tekort is in verband gebracht met een verslechtering van longfunctie en extra vitamine D zou daartegen kunnen helpen. Een eenmalig hoge dosis gevolgd door een onderhoudsdosering leverde echter geen voordelen op ten opzichte van degenen die een placebo kregen. De tijd tot aan een volgende verslechtering verschilde niet en de kans om binnen een jaar te overlijden nam door suppletie niet af.

Dit laatste onderzoeksresultaat sluit niet aan bij dat van eerdere studies. Niet alleen van zink, maar ook van vitamine D is vastgesteld dat tekorten een relevant aspect van cystic fibrosis zijn. Ook van suppletie zijn al eens mogelijk positieve effecten gebleken.

Bron: klik

Natuurlijke behandelopties voor angst en onrust bij dementie

Angst en onrust bij mensen met dementie is een grote zorg. Het is zo belangrijk de demente oudere een veilig gevoel te kunnen geven. En het is voor zorgverleners (personeel en mantelzorgers) een enorme opluchting als angst en onrust bij dementie verminderen door bepaalde behandelingen. Je kunt immers wat doen om de cliënt te helpen, voelt je minder machteloos en cliënten zijn beter in staat mee te werken bij hun dagelijkse verzorging.

Tegenwoordig bestaat er in de zorg een enorme belangstelling voor rustgevende behandelingen zonder gebruik van geneesmiddelen, de zogenaamde niet-farmacologische behandelingen. Te denken valt aan massage, muziek, snoezelen (zintuigactivering), wandelen, nabijheid bieden, inbakeren enzovoorts.

In een verpleeghuis in Griekenland voerden artsen ouderengeneeskunde een vergelijkend onderzoek uit naar de werking van niet-farmacologische behandelingen om agressie en agitatie bij hun cliënten te verminderen. Hierbij werd wandelen in de buitenlucht vergeleken met massage met aromatische essentiële oliën en met muziek. De wandeling in de buitenlucht betrof een wandelingetje met familieleden, drie keer wekelijks gedurende een half uur tot drie kwartier. De massage bestond uit een twintig minuten durende dagelijkse massage vlak voor het naar bed gaan. Daarbij werden handen, rug, armen en polsen gemasseerd met een basisolie met daarin etherische olie van lavendel en citroenmelisse. Voor de derde behandeloptie werd de lievelingsmuziek van de cliënt aangeboden gedurende 30-50 minuten, minimaal drie keer wekelijks.

Agitatie en agressie nam het meest af door de lievelingsmuziek van de bewoners te draaien, de massage kwam op de tweede plaats en als laatste de wandelingen met familie. Alle drie de niet-medicamenteuze behandelingen lieten verbetering zien in agitatie en agressie/angst.
Hoewel het onderzoek niet met grote groepen is uitgevoerd, de precieze wijze van behandelen niet volledig is omschreven en het slechts een eerste verkenning betreft, biedt het zeker handvatten voor zorgprofessionals.

Het hele onderzoek is hier in te zien. Meer over de effecten van muziek bij dementie leest u in het artikel van Karlien Bongers in de tweede editie van het Vakblad. Zij gaat verder in op hoe muziek angst en onrust vermindert bij dementie en bespreekt concrete mogelijkheden hoe geliefde muziek aan demente ouderen aan te bieden is.


Bron:
Dimitriou, T.-D., Verykouki, E., Papatriantafyllou, J., Konsta, A., Kazis, D., & Tsolaki, M. (2018). Non-pharmacological interventions for agitation/aggressive behaviour in patients with dementia: a randomized controlled crossover trial. Functional Neurology (Vol. 33).

Minder artroseklachten met blauwe bessen

Wandelen lukt beter bij volwassenen met artrose aan de knie die vier maanden lang 40 g gevriesdroogde blauwe bessen hebben genomen. Ze hebben minder pijn, zijn minder stijf en hebben het minder lastig bij de uitvoering van hun dagelijkse taken. Die resultaten namen onderzoekers van de Texas Woman’s University waar bij 63 mannen en vrouwen met knieartrose. Echter waren de verschillen met de controlegroep statistisch gezien niet significant.

Artrose is de meest voorkomende klacht die vlot wandelen onmogelijk maakt: 50 miljoen volwassen Amerikanen hebben ermee te maken. Ontsteking is drijvende kracht achter artrose en is reeds in het vroegste stadium van artrose waarneembaar. Blauwe bes is rijk aan polyfenolen – met name anthocyanen – die bekend staan voor hun ontstekingsremmende werking. Verandering in ontstekingsfactoren zoals TNFɑ, ILβ, IL6 en MCP1 waren niet-veelzeggend in deze studie.

Bron: link

‘Het probleem van depressie is niet de somberheid, maar het gevoel van isolement

Bron: Trouw

Een bruisend sociaal leven en toch eenzaam: hoe kan dat? Volgens filosoof Bert van den Bergh is existentieel isolement de oorzaak van de huidige depressie-epidemie.

In een klein kamertje in de verloederde Amsterdamse Staatsliedenbuurt heeft twintiger Bert van den Bergh een duistere nachtmerrie. We schrijven jaren tachtig, de tijd van Margaret Thatcher, punk en no future. Als hij uit zijn raam kijkt, ziet hij zelfkantigheid en krakers. Een oord van uiterlijke onrust, waarin hij zijn innerlijke rusteloosheid ziet weerspiegeld.

Hij wordt wakker, althans dat denkt hij, want hij droomt nog steeds. Hij voelt dat er iemand in huis is die er niet hoort, angst bekruipt hem, hij wil weg – rennen, rennen, het raam uit desnoods – maar is niet in staat om zich te verroeren, vastgeplakt aan de lakens, weerloos. De dreiging wordt groter. Weer denkt hij dat hij wakker wordt, maar nog steeds droomt hij.

Deze matroesjkadroom van aanzwellende angst en ingebeeld wakker worden, gaat nog even zo door. Tot hij uiteindelijk echt wakker wordt, zwetend, in datzelfde bed, tussen diezelfde lakens. Hij kan zich weer verroeren.

Er is verder niemand in huis. Wat heeft deze droom hem te zeggen, vraagt hij zich af. Is het de grimmige buitenwereld die hem beangstigt, de maatschappij waarop hij zoveel kritiek heeft?

Nee, denkt filosoof Bert van den Bergh (60), als hij de droom nu interpreteert: het gevaar, dat was hijzelf. Hij was zijn connectie met anderen en de wereld om hem heen kwijt. Deze droom heeft voor Van den Bergh, docent cultuurbeschouwing aan de Haagse hogeschool, alles te maken met het wezen van depressie, zo beschrijft hij in het boek ‘De schaduw van de zwarte hond’, dat deze maand uitkomt. Het is een bewerking van zijn proefschrift ‘De gestolen stoornis’. Daarin onderzoekt hij wat er in de ervaring van depressie schuilgaat en welke rol onze cultuur daarbij speelt.

U gaat op zoek naar de oorsprong van de ‘depressie-epidemie’. Maar is het wel zeker dat die er is?

“De term impliceert dat het probleem is toegenomen, maar daar lijkt het niet op. Je ziet wel dat meer mensen depressief zijn, maar dat komt ook door de bevolkingsgroei en de vergrijzing. Het is een merkwaardige term, je denkt erbij aan een besmettelijke ziekte. Maar of het allemaal erger wordt, is niet de vraag in mijn boek. Ik onderzoek hoe een individu wordt gevormd door de cultuur en of die vorming misschien depressogeen is. 

Het is interessant dat depressie naast als persoonlijk probleem nu ook breeduit als maatschappelijk probleem wordt gezien. De Wereldgezondheidsorganisatie noemt het zelfs de hoofdoorzaak van uitval of invaliditeit wereldwijd. Hier in Nederland sloten we een Depressiedeal om het aantal depressies drastisch terug te dringen. Maar hoeveel we er ook over spreken, we hebben eigenlijk nog steeds geen grip op depressie, omdat we niet goed weten wat het is. We bestrijden de zwarte schaduw die over onze dynamische wereld valt. We jagen daarbij op een schim: het is iets wat we niet kunnen grijpen, omdat we het niet begrijpen.”

Begrijpt u het wel, na het schrijven van dit boek?

“De huidige tendens is om depressie als een ziekte beschouwen, een hersenziekte zelfs. Als iets wat van buiten komt dus. Wetenschappelijk is daar geen bewijs voor. Vóór depressie had je de traditie van melancholie, die het gevolg zou zijn van een verkeerde verhouding van lichaamssappen. Er is altijd al een tendens geweest om psychische stoornissen te verankeren in iets lichamelijks. Maar de grote vraag is of je het probleem zo niet wegredeneert, je bent er dan ook vanaf hè.”

Van den Bergh zet een stemmetje op: “Ik ben het niet, het is niet mijn levensstijl, het zijn mijn hersenen”. Hij zwijgt even. “Stel dat de Wereldgezondheidsorganisatie voor de helft gelijk heeft. Dan is het minder erg, maar alsnog erg. Dus al die mensen lijden aan een hersenziekte? Natuurlijk, er gebeurt iets met de stofjes in je hersenen als je depressief bent. Maar of dat oorzaak is of gevolg, dat is niet vastgesteld. Anders kun je verliefdheid ook een hersenaandoening noemen. Zo ontwijken we het echte probleem.”

Wat is dat echte probleem?

“Volgens mij is depressie niet iets wat van buiten komt, maar van binnen: we nemen allemaal deel aan een levensstijl die ons een verkeerde kant op duwt, aan een cultuur die depressogeen is, zoals ik dat noem. We leven in een ultra­liberale tijd. Sinds de jaren zestig hebben we het individu en zijn egoïsme steeds meer op de troon geplaatst, ons economisch systeem is hierop gebaseerd. We hebben eerst onszelf en daarna de markt bevrijd. Die markt heeft ons nu bij onze lurven. Niet in de zin dat wij potentiële consumenten zijn, nee, onze definitie van het goede leven wordt erdoor gestuurd. En zodoende lijkt het alsof we zwalkende eilandjes zijn geworden die heel snel naar depressie neigen.”

Maar dan ligt de oorzaak van depressie toch net zo goed buiten onszelf?

“Nee, want wij zijn de cultuur. Het oude jarenzestigdenken – de maatschappij maakt ons ziek – stelt de maatschappij voor als iets buiten onszelf, maar dat is niet zo. Wij zijn het zelf. Wij wíllen ook zo leven. Als wij klagen over de huidige tijd, klagen we over wat we zelf doen. We kiezen in zekere zin voor een leven dat ons niet bevalt. In mijn boek zeg ik: het probleem bij depressie is niet zozeer somberheid, maar een gevoel van isolement. Zoals radio-dj Stephan Bouwman recentelijk op de radio vertelde: ondanks alle vrienden om hem heen, zijn succesvolle bestaan, voelde hij zich depressief. ‘Ik voel me gewoon klote’, zei hij, ‘alleen en eenzaam’. Mensen als hij hebben het gevoel dat ze erbuiten staan, dat het ze niet meer raakt: het is existentieel isolement. Hun afstemming op anderen en op de wereld om hen heen is zwaar verstoord.”

Dit is de centrale stelling van Van den Bergh: omdat wij in onze cultuur zo sterk focussen op het sterke, competitieve, op zichzelf staande individu als ideaal, komt deze cruciale afstemming in het gedrang; ‘elementaire binding’ noemt de filosoof dat, dat je deel bent van een sociaal geheel, je verbonden weet met mensen, met je werkplek en materiële omgeving, je huis, je spulletjes.

Depressie is niet alleen een stemmingsstoornis, zoals de ziekte in de psychiatriebijbel DSM wordt omschreven, maar vooral een afstemmingsstoornis, is de conclusie van Van den Bergh . “De tijd om ons af te stemmen op de dingen om ons heen, om ons eigen ritme te vinden, geven we onszelf niet meer. De hedendaagse idealen zijn: je moet je voortdurend opnieuw oriënteren, je losmaken uit verbanden.”

Hij ziet in het populaire fenomeen van de talentenshow een metafoor voor onze samenleving: je moet optrekken met de anderen, maar uiteindelijk moeten ze verdwijnen: jij moet de winnaar zijn. En dat moet plezierig zijn, terwijl het bij velen eerder het onbehagen voedt. Zo krijgt onze samenleving een ‘bipolair’ karakter, aldus de filosoof.

Psychiater Thomas Fuchs, die Van den Bergh veelvuldig aanhaalt, zegt het zo: “De gedeprimeerde is uit de gemeenschappelijke tijd gevallen”. Depressie is in die opvatting een vorm van bedekte cultuurkritiek. Van den Bergh: “Een beschermingsmechanisme, dat vaak op hol slaat omdat het niet de aandacht krijgt die het nodig heeft. Het is een eerste reactie op de wereld om je heen, waarop een verkeerde tegenreactie komt en daardoor uit de hand loopt. Wat men ervaart, wordt niet adequaat geadresseerd.”

In navolging van hoogleraar psychiatrie Jim van Os en schrijver en psychoanalyticus Paul Verhaeghe pleit Van den Bergh voor een radicaal andere geestelijke gezondheidszorg, met meer oog voor de individuele ervaring en de invloed van cultuur, en meer tijd om in therapie de verstoorde verhouding met anderen en de wereld te onderzoeken en te herstellen.

In de tijd dat u de matroesjkadroom kreeg, was u ook depressief. Wat heeft u geleerd van uw eigen ervaring?

“Ik zat in een soort op Nietzsche gebaseerd verzet, de wereld om mij heen werd voor mijn gevoel steeds oppervlakkiger, harder en competitiever. Ik groef mij in als reactie daarop. Ik ben nooit in een zware depressie gevallen, maar ik was toch wel behoorlijk ver heen. Ik had het idee dat ik mijn eigen realiteit moest maken, dat het anders moest dan wat mij – voor mijn gevoel – werd opgedrongen.

“De droom was daar een uiting van, dacht ik toen. Nu kijk ik er anders naar. Het gevaar was niet de buitenwereld; het was mijn positionering in dat huis, dat wil zeggen in mijn leven. Ik kon niet weg, ik lag daar vastgeplakt. Dat beangstigde me, omdat ik niet besefte dat je via de wereld waar je deel van uitmaakt, je weg moet vinden. Ik zette mijzelf erbuiten.

“Via de filosoof Heidegger leerde ik over het idee van gelatenheid. Dat heeft helemaal niets te maken met defaitisme, het is juist heel actief: het kunnen laten gebeuren van dingen, het accepteren dat je deel uitmaakt van een context, dat je die depressieve gevoelens hebt. Het gevaar ben je zelf, maar de redding ook.”

Lees ook:

Wat weten we over het depressieve brein?

Antidepressiva zetten volgens hoogleraar Peter Gøtzsche weinig zoden aan de dijk. Tijd voor groot onderzoek.

Bloggen over een depressie verdrijft de eenzaamheid

Hadden ze hun been gebroken, dan waren er vast kaartjes met beterschap op de mat gevallen. Maar hun kwelgeest heet depressie en die maakt dat mensen afstand nemen. Bloggen is hun oplossing; dat brengt begrip.

Migraine bij kinderen: Onderzoek na effect van homeopathie.

Migraine bij kinderen. Een onderzoek uitgevoerd door 59 homeopaten verdeeld over 12 landen heeft het effect van homeopathie bevestigd bij migraine bij kinderen.

Bij 168 kinderen in de leeftijd van 5 tot 15 jaar werden homeopathische middelen voorgeschreven na een homeopathisch consult. Na 3 maanden werden de resultaten beoordeeld ten opzichte van de 3 maanden voor de middelen werden gebruikt.

Het bleek dat de frequentie, intensiteit en duur van de migraine aanvallen significant verminderden onder de homeopathische behandeling.

Het aantal ziekdagen op school verminderde van gemiddeld 5,5 dagen in de voorafgaande 3 maanden na 2 in de 3 maanden tijdens de behandeling.

De studie is hier te lezen: klik

Wilt u ook weten wat homeopathie in uw situatie kan betekenen? Neemt u dan eens contact met mij op (contact gegevens).

Antibiotica bij kinderen een risicofactor voor coeliakie

Al lang wordt verondersteld dat naast factoren als gluteninname en erfelijkheid ook het gastro-intestinale microbioom een rol speelt bij de pathogenese van coeliakie. Ook is al lang bekend dat de darmflora sterk beïnvloed worden door gebruik van systemische antibiotica. Niet gek dus dat Deense onderzoekers een relatie tussen antibiotica en coeliakie vermoedden. En wat verwacht werd, kon ook aangetoond worden: het gebruik van antibiotica bij kinderen verhoogt het risico op de ontwikkeling van coeliakie. Dit publiceerde de onderzoeksgroep recent in Gastroenterology.

Om de relatie tussen antibiotica en coeliakie te onderzoeken werd gebruik gemaakt van Deense en Noorse landelijke databases. Zo ontstond er een register-gebaseerd cohort van ruim 1,7 miljoen kinderen uit beide landen, waarvan 3346 kinderen zich presenteerden met een diagnose coeliakie.

De Deense kinderen werden tussen 1995 en 2012 geïncludeerd, de Noorse kinderen tussen 2004 en 2012. De leeftijden aan het eind van de follow-up periode bedroegen 2,3-20,3 jaar (Denemarken) en 1,0-10,0 jaar (Noorwegen). Blootstelling aan systemische antibiotica werd in deze observationele studie gedefinieerd als systemisch toegediende antibiotica in het eerste levensjaar.

Blootstelling aan systemische antibiotica in het eerste levensjaar was positief geassocieerd met een diagnose coeliakie in zowel het Deense als het Noorse cohort. De gepoolde odds ratio (OR) bedroeg 1,26 (95%BI 1,16-1,36). Ook werd een dosisafhankelijkheid aangetoond: hoe meer antibiotica in het eerste levensjaar gebruikt was, hoe hoger het risico op een diagnose coeliakie (OR 1,08; 95%BI 1,05-1,11). Deze relaties bleven significant na correctie voor het aantal hospitalisaties vanwege infectieziekten. Na correctie voor het aantal maternaal-gerapporteerde infecties bij het kind nam de sterkte van de associatie iets af en was deze niet meer significant (OR 1,18; 95%BI 0,98-1,39).

Ondanks de laatste bevinding concluderen de onderzoekers dat in dit zeer grote cohort een duidelijke relatie is aangetoond tussen het gebruik van systemische antibiotica in het eerste levensjaar en een latere diagnose coeliakie. Dit kan een extra argument zijn om terughoudend te zijn bij het voorschrijven van antibiotica bij zeer jonge kinderen. Bij deze leeftijdsgroep wordt doorgaans een nauwkeurige afweging gemaakt van de voor- en nadelen van antibiotica. De huidige resultaten bevestigen nogmaals hoeveel nadelen er kunnen kleven aan vroegtijdige behandeling met antibiotica, en rechtvaardigen de – al vaak toegepaste – zorgvuldige afweging van therapiekeuze bij infecties bij jonge kinderen.

Door: Judith Cohen (klik voor orginele artikel)

Bron: Dydensborg Sander S et al. Association Between Antibiotics in the First Year of Life and Celiac Disease. Gastroenterology 2019; Mar 02. Epub ahead of print.

Link naar bron

Lente-energie helpt u bij chronische aandoeningen.

Buiten is ineens de lente volop gaande, je merkt het aan alles. De vogels fluiten weer, het is ‘s ochtends licht als je opstaat en voorjaarsbloeiers sieren de tuin. Volgens de Chinese traditionele geneeswijzen worden periodes van verandering in het seizoen geregeerd door de leverenergie. De Qi van de lever zorgt er immers voor dat overgangsprocessen vloeiend verlopen.

Ook in de traditionele Europese natuurgeneeskunde is er ruimte voor de lever in relatie tot de wisseling van seizoenen. De straffe winterkost verruilen we voor lichtere voorjaarsmaaltijden. De tijd voor grote schoonmaak is aangebroken, ook voor het lichaam. In milde reinigingskuren staat ondersteuning van de lever daarom centraal.

Bij de overgang van winter naar lente zijn verschillende functionele, chlorofylrijke voedingsproducten ondersteunend, zoals extracten van gerstgras. Gerstgraspoeder is afkomstig van de jonge scheuten van gerst, die vlak voor de graanvorming worden geoogst. Uit een recente review, opgesteld door Chinese voedingswetenschappers, blijkt dat het poeder een goede ondersteuning biedt in de preventie van chronische aandoeningen. Ook homeopathie kan u daarbij helpen. Wilt u daar meer over weten, neemt u dan eens contact met mij op. Mijn contact gegevens vindt u hier (contact).

Het gerstgraspoeder is zeer rijk aan gamma-aminoboterzuur (GABA), flavonoïden, saponarine, lutonarine, superoxidedismutase (SOD), kalium, calcium, selenium, tryptofaan, chlorofyl, vitamines (A, B1, C, en E), voedingsvezels en polyfenolen. De hele Engelstalige review naar de gezondheidseffecten van gerstgraspoeder is hier te vinden.


Bron:
Zeng, Y., Pu, X., Yang, J., Du, J., Yang, X., Li, X., … Yang, T. (2018). Preventive and Therapeutic Role of Functional Ingredients of Barley Grass for Chronic Diseases in Human Beings. Oxidative Medicine and Cellular Longevity, 2018, 1–15.

Bron artikel: klik

Honderd dagen een rothoest

Besmettelijke kinkhoest lijkt weer vaker toe te slaan. Dat kopt de Tubantia in haar uitgave van vandaag. Als homeopaat krijg ik met enige regelmaat te maken met kinkhoest of kinkhoest-achtige verschijnselen bij mijn patienten. In mijn ervaring verdwijnen de verschijnselen snel na het starten van de homeopatische behandeling. Dus wellicht dat dit voor u ook een optie is. U kunt een afspraak makkelijk inboeken via de online agenda (agenda) of u kunt mij mailen of bellen (contact gegevens).

MARCO DE SWARTKinkhoest? Daar ben je toch tegen gevaccineerd? Dat klopt, maar je kunt het wél krijgen. De GGD krijgt jaarlijks tot tienduizend meldingen binnen. Medisch journalist Diana de Veld kreeg er zelf mee te maken.DIANA DE VELD

Een vervelend hoestje, overgenomen van mijn dochter, verergert als ik op een nieuwjaarsborrel naast een rokende vuurkorf sta. ,,Zo, dat slaat behoorlijk op mijn longen”, denk ik nog. In de dagen erna hoest ik erger en harder. Mijn longen voelen branderig en er komt slijm omhoog. Ik werk door, al voel ik me bezwaard dat mijn collega’s in mijn lawaai zitten. ’s Nachts is het heftig. Mijn man verhuist naar de logeerkamer.

De hoestbuien verhevigen; ik stik er soms bijna in, kokhals. De tranen rollen over mijn wangen, soms wordt het zwart voor mijn ogen. Zo’n bui duurt niet lang – misschien een minuut – maar keert om de haverklap terug. Tijdens één hoestbui kneus ik mijn ribben. Om de pijn te verzachten krimp ik vanaf dat moment ineen als ik er weer een voel aankomen. Slapen op mijn rechterzij lukt niet meer. Pilletjes die de hoestprikkel dempen? Kansloos. Tabletjes? Vergeefse moeite.

Echt ziek ben ik niet: één maandag blijf ik in bed, vooral uit vermoeidheid. Half januari googel ik op ‘overgeven door hoesten’. Kinkhoest, suggereert Google. Wacht eens even, had mijn dochter niet twee klasgenoten met die luchtweginfectie? Een bloedtest bij de dokter bevestigt de diagnose. Hier ben ik nog niet mee klaar.Koorts

Kinkhoest krijg je door de bacterie Bordetella pertussis, lees ik in onlinepatiëntinformatie. Het begint met een verkoudheid, en mogelijk koorts – inderdaad, tijdens de kerstvakantie snotterde ik flink, al herinner ik me geen verhoging. Na een week of twee verergeren de hoestbuien, eindigen ze in een gierende ademhaling, en geef je taai, helder slijm op, waarbij je erg benauwd kunt raken en kunt braken. Dat slijm herken ik, de rest niet. Na een paar weken neemt de infectie langzaam af, lees ik tot mijn vreugde, en na twee tot drie maanden is het leed meestal wel geleden. Je kunt anderen besmetten door hoesten en niezen. Het besmettelijkst ben je als je nog niet weet dat je kinkhoest hebt: tijdens de verkoudheidsfase. Toen werkte ik gelukkig niet. Maar ook tijdens de hoestbuien kun je de ziekte nog drie weken overdragen.Horrornacht

Op een internetforum vind ik verhalen van mensen die nog meer last hebben dan ik. ‘Vannacht een horrornacht gehad waarbij ik zo hard moest hoesten dat ik geen adem kreeg en over mijn nek ging’, schrijft Roki. ‘De eerste keer dat ik zo hard hoestte dat mijn adem stokte, gebaarde ik al bijna naar mijn man dat hij 112 kon bellen’, aldus Shirley. Dat terwijl officiële instanties beweren dat kinkhoest bij volwassenen lijkt op een zware verkoudheid.

Er bestaan antibiotica tegen de kinkhoestbacterie, maar die hebben vooral zin als je er snel bij bent. Voor volwassenen geldt dat je afweersysteem Bordetella pertussis meestal al heeft opgeruimd voordat je ontdekt dat je de infectie hebt. De gifstoffen die de bacterie achterlaat, prikkelen de luchtwegen. Daartegen helpen antibiotica niet. Rust nemen werkt: hoe meer je doet, hoe meer je kucht.

Tegen de tijd dat ik weet dat het kinkhoest is, neemt de hoest inderdaad af. Schoorvoetend informeer ik collega’s, ouders en vrienden. Ik hoop maar dat ik niemand heb besmet. Ze reageren meelevend. Bijna iedereen zegt: ,,Huh? Daar ben je toch tegen ingeënt?” En inderdaad: de ‘k’ in de dktp-prik staat voor kinkhoest. Als kind doorliep ik braaf de hele vaccinatieriedel. Hoe zit dat?

,,Een vaccin biedt geen levenslange bescherming”, zegt biomedisch wetenschapper Elise Hovingh, verbonden aan de Universiteit van Toronto. Zij promoveerde op onderzoek naar kinkhoest. ,,Zelfs als je het hebt gehad, ben je niet je hele leven beschermd.” Wel blijken mensen minder klachten te krijgen als ze zijn gevaccineerd of eerder besmet zijn.

Waarom werkt het vaccin niet levenslang? ,,Dat komt onder meer doordat de bacterie genetisch verandert”, zegt Hovingh. ,,En Nederland stapte in 2005 over op een ander vaccin met minder bijwerkingen, dat achteraf minder lang blijkt te beschermen. Het vaccin biedt bescherming tegen ziekte en klachten, maar voorkomt niet dat mensen de bacterie overdragen.” Gelukkig zijn er serums in ontwikkeling die weinig bijwerkingen geven en beter moeten beschermen.

Om mij heen zien meer mensen kinkhoest opduiken. Zo krijgt een collega een brief van de school van haar dochter: de besmettelijke infectieziekte is er geconstateerd. Zou er in mijn regio – Rotterdam – soms een epidemie zijn uitgebroken? Arts Ewout Fanoy van GGD Rotterdam-Rijnmond ziet dat niet terug in de cijfers. ,,Wij krijgen maandelijks dertig tot vijftig kinkhoestmeldingen, waarbij de huisarts meestal de diagnose stelde. Er is geen seizoenspiek zoals bij griep.” Het aantal meldingen varieert van jaar tot jaar, van 3000 tot 10.000, elke twee à drie jaar volgt een piek. ,,Wij richten ons, naast adviezen over hoesthygiëne, vooral op kinderen jonger dan 1 jaar. Die lopen het grootste risico. De GGD kan aanvullende vaccinaties of antibiotica aan gezinsleden inzetten om een jong kind te beschermen.”

Per jaar zijn er in Nederland gemiddeld 170 meldingen van baby’s met kinkhoest, van wie er 120 in het ziekenhuis belanden, meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Meestal zijn zuigelingen jonger dan drie maanden te jong voor volledige vaccinatie. Gemiddeld één kind per jaar overlijdt. Een eeuw geleden gingen er jaarlijks nog zo’n duizend mensen dood aan kinkhoest. Na de invoering van het rijksvaccinatieprogramma in 1957 kwam de ziekte tijdenlang nauwelijks voor.Opleving

Toch gek dat zoveel mensen weinig last hebben. Mijn man en dochters hoesten licht. ,,Bij je kinderen zal dat komen omdat ze veel korter geleden zijn gevaccineerd”, denkt Hovingh. En mijn man dan? ,,Misschien heeft hij kinkhoest gehad en weerstand opgebouwd”, oppert ze. Na anderhalve maand ben ik behoorlijk opgeknapt. Ik hoest meer dan normaal en af en toe eindigt dat in gênant gekokhals. Maar er valt mee te leven. Helaas blijk ik (minstens) twee anderen in mijn omgeving te hebben besmet.

Integratie van homeopathie in de reguliere gezondheidszorg.

In Italië is in de Toscaanse regio een experiment gestart om complementaire geneeswijzen, waaronder homeopathie, te integreren in de reguliere gezondheidszorg.

Na vergelijking van de klinische resultaten werd geconcludeerd dat in 88,8% van de gevallen de homeopathisch behandelde patiënten een verbetering meldden van hun gezondheid.

Als advies in de conclusie van dit onderzoek stond dat een uitbreiding van deze studie over meerdere Europese lidstaten aanbevolen werd.

De studie kan je hier lezen: link

Mocht je interesse hebben in een homeopathische behandeling dan kan je online een afspraak boeken in mijn praktijk (online agenda).

Jeroen Weegink, klassiek homeopaat Oldenzaal