Therapieën: onderzoek naar de “onomstreden” werking.

Als homeopaat kom ik regelmatig in discussie met collega’s uit de reguliere gezondheidszorg over de wetenschappelijke onderbouwing van de door mij voorgeschreven homeopathische therapieën. Dat zijn soms interessante discussies, maar veel vaker hele vervelende gesprekken.

De reguliere kant oordeelt meestal vanaf hun troon van de bewezen wetenschappelijke onderzoek, en probeert vanuit die argumentatie de homeopaat monddood te maken.

Zonder in een relaas over de beschikbaarheid van wetenschappelijk onderzoek ten faveure van de homeopathie te belanden wil ik graag even de aandacht vestigen op het bestaande wetenschappelijk bewijs voor de reguliere therapieën vestigen.

Het gelijk van wetenschappelijk onderzoek naar therapieën.

Sinds de jaren van het aderlaten en de bloedzuigers heeft wetenschappelijk onderzoek een grote vlucht genomen in de regulier gezondheidszorg. Maar dat onderzoek is soms minder wetenschappelijk als je zou denken.

Over het algemeen nemen mensen trouw de medicatie in die door de huisarts of specialist wordt voorgeschreven. Het vertrouwen in een afdoende werking in die therapieën is groot, vooral als de zorgverzekeraars deze therapieën gewoon vergoeden vanuit het basispakket.

Als patiënt ga je ervan uit dat er voldoende wetenschappelijk onderzoek naar de werking van deze middelen is gedaan, en dat de uitkomsten binnen de kaders beoordeeld worden van de wetenschappelijke normen en waarden. Maar dat vertrouwen is niet altijd legitiem. Het blijkt dat er voor veel reguliere therapieën helemaal geen wetenschappelijke basis bestaat.

(in)effectiviteit van reguliere therapieën.

Het toonaangevende medische tijdschrift ‘The Britsh Medical Journal” heeft naar het wetenschappelijke bewijs gezocht van duizenden medische behandelingen voor een  aantoonbaar positief effect. Het blijkt dat er in 40% van alle onderzoeken bewijs is gevonden van een mogelijk positief effect, 3% van de therapieën zijn ineffectief en zelf schadelijk en van 6% is de aantoonbare werking onwaarschijnlijk. Maar bij een verbazingwekkende 50% van alle onderzoeken is er geen aantoonbaar bewijs of bestaande studies gevonden voor de effectiviteit van de behandeling.

Bij veel behandelingen berust het vertrouwen in een aanname van de werking. Vaak gebaseerd op gelijkenissen met vergelijkbare medicatie of op theoretische aannames van de werking op basis van de huidige kennis van de fysiologie van de mens. Een merkbaar effect wordt dan klakkeloos aangenomen en de gevaren genegeerd.

Vroeger en nu.

De bekende president George Washington is mogelijk slachtoffer geworden van juist zo’n aanname. Op een leeftijd van 67 jaar werd hij ’s ochtends benauwd wakker. Ook had hij een zere keel en niet later ontwikkelde hij een hoge koorts. In de aansluitende 12 uur hebben de dokter 40% van zijn bloed afgetapt, en gecombineerd met andere zorgwekkende handelingen. Het resultaat was dat hij overleed.

Deze behandeling was de gouden regel in deze tijd voor veel aandoeningen. De werking van deze behandelingen werden aangenomen op basis van de toenmalige kennis van de pathologie en fysiologie van de mens. Er was geen dubbelblind, gerandomiseerd onderzoek uitgevoerd naar de werking en de gevaren van deze behandelingen.

Als wij dit in onze huidige tijd terug lezen beoordelen we deze behandelingen als barbaars en primitief.

Maar honderden jaren later doen wij nog steeds dezelfde gevaarlijke veronderstellingen, waarbij wij het aderlaten gelukkig toch meest wel achter ons hebben gelaten.

Borstkanker in de jaren zeventig.

In het tweede deel van de zeventiger jaren dachten artsen een manier te hebben gevonden om borstkanker patiënten te behandelen. Ze gaven deze patiënten chemotherapie in doseringen die dodelijk zouden kunnen zijn. Maar tijdens deze behandeling werd er bij de patiënten voor de eerste chemogift beenmerg afgenomen. Dat beenmerg werd na de chemobehandelingen weer teruggegeven.

Op advies van een aantal vooraanstaande artsen werd de dosis met chemotherapie in de jaren tachtig nog verder opgevoerd om de kans op overleving te verhogen. Echter zonder aantoonbaar bewijs dat de beenmergtransplantatie de patiënten beschermde tegen de hoge dosissen chemo.

Er werd door patiënten organisaties (gestimuleerd door de farmaceutische industrie) geprocedeerd tegen de zorgverzekeraars die deze behandeling niet wilde vergoeden. En onder druk van het Amerikaanse congres werd de behandeling in 1994 opgenomen in alle zorgverzekeringen in Amerika. Maar nog steeds was er niet één studie afgerond naar de werking van deze therapie.

Uiteindelijk zijn er in 1995 vijf studies afgerond. Van deze vijf onderzoeken concludeerde één studie een positief effect, maar vier studies concludeerde dat deze behandeling ineffectief bleek en zelf schadelijk was voor de behandelde patienten.

De veronderstelde werking op basis van het theoretisch model zien we nu veel recenter weer opduiken in de voorschriften met opiaten. Zonder ook maar één stukje aan bewijs werd er klakkeloos vanuit gegaan dat de pijnstillers op basis van een opiaat niet verslavend zouden zijn. Ook deze aanname is inmiddels door de praktijk ingehaald.

Hopelijk gaan we in de toekomst een constructieve discussie krijgen over de rol van de homeopathische behandelingen in de reguliere geneeskunst.

Afspraak maken? (online agenda)

Bron: klik